Zondag 29 januari
1e zweetcursus in Nunspeet
.

Verzamelpunt is een parkeerpplaats nabij de Zandenplas. Enkele deelnemers waren wat vroeger en lieten hun Drentse Patrijshonden uit. Ze stoten bij toeval een reebok op, die zich even liet zien en daarna razendsnel weer verdwenen was. Later leerden we en passant dat als het een nazoek zou betreffen van een aangereden of aangeschoten ree, dat het te doorzoeken terrein zo’n 15 km zou bedragen, te weten zijn territorium.
Harry Stiensta is de leider van onze cursusgroep. Hij is boswachter en heeft twee zweethonden en een Beagle. Zij doen niet mee. De groep bestaat verder nog uit de Stabijhoun van Hanneke Dijkman en een vader en zoon, ieder met een Weimaraner. Feike loopt het eerste spoor van enkele uren oud. De rest is gevorderd en krijgen moeilijker sporen van 24 uur oud te verwerken.

Het begint ermee dat de voorjager (ik dus) rustig, zittend op mijn hurken het ‘wondbed’ bestudeer en Feike die op een afstandje zit er opmerkzaam op maak en hem ervoor interesseer. Ik haal hem op en zet hem bij het wondbed neer. Zijn snuit gaat meteen naar de grond, daar moet hij ook even blijven zodat hij niet door snel te vertrekken bij zijsporen (van ander wild) het juiste spoor kwijt raakt. Hij moet de geur als het ware goed in zijn geheugen opslaan. Feike neemt een denneappel in de bek waar een bloeddruppel op zat. Als hij de denneappel los laat kan het beginnen.

Het terrein is zeer heuvelachtig en bezaaid met kreupelhout en takken. Op ruime afstand van elkaar hangen in bomen en struiken strikjes in een kleur, zodat je zelf ook kunt zien of je hond nog op het soor zit of weer even teruggenomen moet worden.
De toekomst is dat je dat van je hond weet af te lezen. Twee keer wil Feike bij een wissel een hoek maken die niet bij zijn spoor hoort. Zo’n wissel is een kruispunt met een pad waar wild gelopen heeft: das, vos, ree of wild zwijn. Alles is er ‘te vinden’ in de hoek waar wij trainen, weet Harry.
Onderweg is het dus zaak dat je oplet waar zijn gedrag of houding ineens verandert, zodat je tijdig kunt ingrijpen.
De betekenis van de dunne leren lijn werd me onderweg ook snel duidelijk. Die sleept grotendeels achter je aan en zit minder snel vast en glijdt beter dan een bredere, zware lijn.
Feike maakte het spoor verder goed af.

Daarna liep ik mee in het kielzog van Hanneke. Harry, die dat spoor had uitgezet, liep met mij achter haar aan. En gaf daarbij commentaar waar het goed ging en waar niet helemaal. Ook van andere combinaties kun je dus een hoop leren. Nadat ik ook nog eens met de Weimaraner was meegelopen zocht ik Feike weer op, die rustig in de auto lag te slapen.
Na afloop werden de prestaties van de honden van kanttekeningen voorzien en was het tijd om terug te gaan naar Amsterdam.
Eind februari is er voor geinteresseerden nog een praktijk(theorie) les waar het wild wordt besproken, ontleedt d.m.v. foto’s en meer over de gedragingen en eigenschappen wordt verteld. Ook jacht- en faunazaken komen aan de orde.